![]()
HD is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. (Meestal is dit aangeboren maar 'verkeerd gebruik' van de jonge opgroeiende hond kan dit verergeren). In het eerste jaar mag er niet een te hoog proteïne gehalte zitten in het voer. De ligamenten en banden hebben moeite de snelle groei van de botten bij te houden. Je mag een snellere groei niet nog meer bevorderen. Laat de jonge hond niet springen en traplopen tot dat hij minstens 1 jaar oud is. Voor de fokker geld dat hij selectief moet fokken. Er mag alleen gefokt worden met honden die gecontroleerd zijn door het G.G.W.( gedrag, Gezondheid en Welzijn (eerder de Hirschfeld Stichting) of door een andere buitenlands erkende instantie. Het mag alleen met honden die HD vrij zijn, HD Tc(transisional case), HD ± of HD +. Als een van de ouder dieren HD + is mag de ander alleen HD vrij zijn of HD Tc of HD ± . Er wordt dan wel aangeraden om bij de hond die HD + is, ook de ellebogen te laten controleren op HD. Dit kan via de G.G.W. maar een dierenartsverklaring is ook voldoende.
De beoordeling van het gangwerk van de honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hiervan kan worden verkregen door middel van röntgenfoto's.
Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is er één röntgenfoto van de hond in rugligging nodig:
1: een opname met gestrekte achterbenen (positie 1).
Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit van de documentatie en aan de röntgenfoto's. Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de foto's heeft gemaakt daarvan bericht met een aantekening wat er aan mankeert met het verzoek nieuwe röntgenfoto's te maken. Ook moet de stamboom (als die er is) mee en wordt het tatoeagenummer en (evt.) chipnummer gecontroleerd om fraude uit te sluiten.
Bij de beoordeling van HD-foto's wordt er gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de heupkoppen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde " die wordt gemeten op de röntgenfoto positie 1. De Norbergwaarden van de linker en rechter heupgewrichten worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van beide derhalve minstens 30.
Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden met een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand getrokken van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende gewricht. De Norbergwaarden van de linker en rechter gewricht bij elkaar op geteld geeft de "som Norbergwaarden"die op het rapport vermeld staan.

Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen. De normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekend echt NIET zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde leiden tot een (licht)-HD positief resultaat. Op het formulier wordt die aangegeven met "onvoldoende" of "slechte"aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door de te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde die de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen bepaald wordt ook de uitslag beïnvloed door de aanwezigheid van "bot-afwijkingen". Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst (aangegeven met 0, 1, 2 of 3) van de botafwijking en de uitslag: zeer lichte botafwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD-Tc lichte (2) botafwijkingen leiden tot de beoordeling HD ± ,en ernstige (3) botafwijkingen leiden tot beoordeling HD +.
Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-uitslag kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of drie onderdelen en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld. De definitieve beoordeling kan zijn :
HD - (A) is HD negatief : betekend dat de hond röntgenologisch vrij is van HD, wat echter niet betekend dat de hond geen "drager "van de afwijking is.
HD TC (B) is een overgangsvorm: betekend dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar worden toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen directe betekenis kan worden toegekend.
HD ± (C) is licht positief: betekend dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.
HD + (D) is positief: betekend dat er nog duidelijker veranderingen zijn gevonden.
HD ++ (E) is positief in optima forma: betekend dat de heupgewrichten ernstig misvormd zijn.
De beste leeftijd om een hond op HD te laten onderzoeken is als deze volgroeid is. Een pup wordt nl. niet met HD geboren, maar deze ziekte ontwikkeld zich tijdens de groei en zet zich voort naar mate de hond ouder wordt. Meestal gebeurd het vanaf 18 maanden,het mag nu ook vanaf 12 maanden. Op de juiste leeftijd onderzocht geeft een definitieve uitslag. Aangezien de hond op zijn rug ligt en daarbij ook nog eens heel stil moet liggen gebeurt dit onderzoek meestal onder algehele narcose. Bij sommige honden is dat echter niet nodig, met alleen sedatie ( een middel om de hond rustig te krijgen en suf ) kan dan worden volstaan. Het is dan wel van belang dat de eigenaar erbij is om de hond rustig te houden of iemand anders waarmee de hond vertrouwd is.